Lies Jans (N-VA) vraagt én krijgt strikte opvolging van proefproject inkomenstarief-mix in kinderopvang

Door Lies Jans op 10 mei 2017, over deze onderwerpen: Gezinsbeleid, Kinderopvang, Welzijn

 

BRUSSEL – De N-VA hecht veel belang aan het proefproject rond inkomenstarief-mix in de kinderopvang dat op 1 april van start ging. Vlaams volksvertegenwoordiger Lies Jans (N-VA) vroeg en kreeg van minister Vandeurzen een strikte opvolging van dit project. “Een goede opvolging en betrokkenheid van alle actoren zijn essentieel om goede conclusies te kunnen trekken”, aldus Jans. 

 

Via een proefproject ‘inkomenstarief-mix (IKT-mix)’ wil de Vlaamse Regering de effecten van een combinatie van kinderopvangplaatsen met inkomenstarief en plaatsen met vrije prijs op één kinderopvanglocatie onderzoeken. Momenteel is dergelijke mix niet mogelijk. In een kinderopvanginitiatief moet voor alle ouders immers hetzelfde prijssysteem gelden. Een eerste proefproject leverde niet de nodige informatie om conclusie te kunnen trekken. Het is essentieel dat dit nu wel een doeltreffend proefproject is.

De proeflocaties werden ondertussen geselecteerd. Het gaat om Het Hummelhof in Sint-Truiden, Hocus-Pocus in Roeselare, De Kinderresidentie in Kortrijk, Huisje Kiekeboe in Kortrijk, Drommels in Pittem, Bibbelou in Sint-Katelijne-Waver, Schanulleke in Meerbeke, Ukkie Pukkie in Zingem, De Elfenbron in Desselgem en HEBA in Antwerpen. Deze zouden op 1 april van start gaan en gedurende één jaar het systeem van IKT-mix aanbieden.

“Er blijkt een grote verscheidenheid aan manieren van toepassing en aan doelgroepen. Maar bij iedereen werd de vaste wil uitgesproken om de sociale mix niet uit het oog te verliezen”, aldus Lies Jans na het antwoord van minister Vandeurzen. “Op mijn vraag op nauwgezette opvolging werd positief geantwoord.”

Er loopt al een eerste enquête, een nulmeting, bij ouders en opvanglocaties in de buurt. Het plan is dat Kind en Gezin (K&G) alle proeflocaties vóór de zomer individueel bezoekt. Op 15 september volgt een tussentijdse bijeenkomst en, na afloop van het experiment, nog een afsluitende bijeenkomst. In het najaar van 2017 zal ook elk Lokaal Overleg Kinderopvang van de betrokken gemeenten worden bevraagd over hun ervaring met en hun mening over het proefproject.

Het experiment loopt in principe tot 1 april 2018. Daarna volgt nog een tweede meting bij ouders en organisatoren in de buurt en een nabespreking met de deelnemers. Vervolgens zal werk worden gemaakt van het eindrapport. Dat rapport wordt uiteraard ook besproken binnen het voortgangsoverleg, waarbinnen een ruime werkgroep is opgericht die het project ook tijdens de looptijd mee opvolgt. Het rapport zal eveneens besproken worden op het Raadgevend Comité.

 

“Het is goed dat dit proefproject nauwgezet wordt opgevolgd en dat de timing wordt gehandhaafd. Bovendien vind ik het zeer belangrijk dat zo veel mogelijk actoren worden bevraagd. Ik merk dat de ouders, maar ook het Lokaal Overleg Kinderopvang betrokken worden. Dat lijkt me essentieel om goede conclusies te kunnen trekken”, besluit Jans.

 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is