Decreet Buitenschoolse opvang en activiteiten: inzetten op nabijheid, verbinding en kwaliteit

Door Lies Jans op 11 februari 2019, over deze onderwerpen: Gezinsbeleid, Kinderopvang, Welzijn

Gezinnen doen steeds vaker een beroep op opvang voor en na schooltijd en tijdens de schoolvakanties. Met het voorstel van decreet beogen de meerderheidspartijen een geïntegreerd, open en kwaliteitsvol aanbod van opvang en vrije tijd op maat van het kind, het gezin en de samenleving. Het voorstel van decreet van Vlaams volksvertegenwoordigers Katrien Schryvers (CD&V), Lies Jans (N-VA) en Freya Saeys (Open VLD) geeft uitwerking aan de conceptnota ‘Krachtlijnen voor een nieuwe organisatie van de opvang en vrije tijd van kinderen’ die de Vlaamse regering op 18 december 2015 goedkeurde, en zal nog deze legislatuur ter bespreking en stemming worden voorgelegd in de commissie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement.                                 

“Buitenschoolse opvang en activiteiten maakt een goede combinatie mogelijk van werk en gezin voor tal van ouders,” aldus Katrien Schryvers (CD&V), hoofdindiener van het voorstel van decreet. “Maar er is veel meer: buitenschoolse activiteiten moet kinderen een leuke vrije tijd bieden en kansen om deel te nemen aan de samenleving. Op die manier kunnen ze zich verder ontplooien en kunnen kinderen met een specifieke zorgbehoefte versterkt worden.”

 

Buitenschoolse opvang wordt vaak georganiseerd in scholen na de schooluren. “Op veel plaatsen bestaan er goede voorbeelden van afstemming met het verenigingsleven. Kinderen die vanuit de opvang naar de sportclub kunnen of de kans krijgen hun favoriete instrument te bespelen in de muziekschool,” legt Lies Jans (N-VA) uit. Met het decreet krijgen de lokale besturen de regierol én de middelen om de afstemming tussen de opvang en de buitenschoolse activiteiten waar te maken. Het doel is om kinderen na schooltijd mogelijkheden te geven deel te nemen aan allerlei andere activiteiten.

 

Lokale regie en samenwerking

 

Dat de lokale besturen versterkt worden in hun regierol vinden de indieners een logische stap. Het lokaal bestuur staat het dichtst bij de burger en is het best geplaatst om beleidsdomeinoverschrijdend te werken. ‘We geven gemeenten de opdracht en vooral, voor het eerst, in aansluiting op het Gemeentefonds ook de middelen om kinderen en jongeren voor en na de school een divers aanbod van activiteiten aan te bieden,” stelt Freya Saeys (Open VLD).

 

De indieners benadrukken dat het de bedoeling is dat de gemeente de regierol vervult in nauwe samenwerking met alle actoren die betrokken zijn bij de buitenschoolse activiteiten. Het gaat dan onder meer over de aanbieders van buitenschoolse kinderopvang en de Huizen van het Kind. Sport- en cultuurverenigingen en organisaties uit het jeugdwerk kunnen vrijwillig deelnemen aan het samenwerkingsverband. Het lokaal samenwerkingsverband adviseert het bestuur op vrijwillige basis over te nemen initiatieven en de besteding van de middelen. Ook coördineert het de operationele samenwerking tussen actoren die bezig zijn met buitenschoolse activiteiten.

 

Inspiratiekader en kwaliteitslabel

 

“Natuurlijk wensen we ook dat de buitenschoolse opvang op een kwalitatieve manier gebeurt,” benadrukken de initiatiefnemers, “Daarom zal de Vlaamse overheid, in samenspraak met relevante actoren, een inspiratiekader uitwerken voor een geïntegreerd aanbod aan buitenschoolse activiteiten. Noem het gerust een gids met praktische handvatten en goede voorbeelden. Niet verplicht, maar wel een handig hulpmiddel.”

 

Voor de organisatoren van kleuteropvang wordt een kwaliteitslabel uitgewerkt dat organisatoren vrijwillig kunnen aanvragen. “Organisatoren van opvang met een kwaliteitslabel bekomen nog een afzonderlijke subsidie. Daarmee willen we zekerheid geven aan aanbieders van kwalitatieve opvang van kinderen op kleuterleeftijd, die nog een grote behoefte hebben aan een ‘veilig nest’, zorg en begeleiding,” aldus Katrien Schryvers. “Het is belangrijk om te blijven inzetten op voldoende kwaliteitsvolle kleuteropvang.”

 

Zorgzame overgang

 

Het decreet treedt (uiterlijk) in werking op 1 januari 2021. Dat geeft de lokale besturen en alle aanbieders van buitenschoolse opvang en activiteiten de mogelijkheid om zich goed voor te bereiden op wat komt. Voor de huidige gesubsidieerde opvanginitiatieven, zoals initiatieven voor buitenschoolse opvang (IBO’s), wordt een overgangstermijn van zes jaar voorzien in het decreet, waarin zij nog beroep kunnen doen op de huidige middelen. Nadien worden die mee ingekanteld in de subsidie aan de lokale besturen.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is