Financiering woonzorgcentra: driedeling in de kost

Door Lies Jans op 2 april 2018, over deze onderwerpen: Ouderenzorg, Welzijn

De N-VA wil via een duidelijke opdeling van de verschillende kosten de discriminatie wegwerken tussen de grote meerderheid van onze ouderen die thuis blijven en via hulpmiddelen en thuiszorg in hun ondersteuning voorzien en zij die kiezen voor een residentiële setting. Dat moet ook leiden tot een correctere verloning van thuisverpleegkundigen.

 

Concreet stellen we een driedeling van de kosten voor:

Zorgkost, die via het persoonsgebondenbudget gefinancierd wordt. Dit houdt onder meer de zorgkosten thuis, in semi-residentiële setting, assistentiewoning of WZC in.
Verblijfkost, die via de dagprijs van de woonzorgcentra wordt verrekend. Dit houdt onder meer huisvesting, vrijetijdsbesteding, animatie, kapper, ...
Infrastructuurkost. Daarbij maken we een onderscheid tussen zorginfrastructuur en basisinfrastructuur. De zorginfrastructuur waaronder we bedden, speciale liften, sanitair, steunen, … verstaan wordt door de overheid gefinancierd. De basisinfrastructuur, zeg maar het gebouw, komt voor de rekening van de aanbieder of externe partners.

 

Het systeem van een persoonsgebonden zorgbudget en de driedeling in de kost, zorgt voor een betere

kostenbeheersing: de oudere ziet duidelijk hoeveel de zorgkost exact bedraagt en de prijs wordt bepaald op basis van de werkelijke noden. Tot voor kort was het zo dat ouderen zonder zorgnoden die opgenomen werden in een woonzorgcentrum (bijvoorbeeld samen met hun zwaar zorgbehoevende partner), ook een zorgkost moesten betalen. Waar nu een extra decreet nodig was om hen vrij te stellen van die kost, zal dat met een duidelijke driedeling in de kost een automatisme zijn.

 

“Een sterke aanpassing van het systeem moet niet vertrekken uit de instellingen en structuren, maar moet net leiden tot meer keuze voor de oudere en de begeleider, en een eerlijkere ondersteuning van elke vorm van zorg”, aldus Lies Jans over deze omwenteling in de financiering van de woonzorgcentra.

 

Aangezien de oudere een zorgbudget op maat krijgt om de zorgkost te dekken, blijft enkel de verblijfskost nog over. In tegenstelling tot de vele forfaits die nu gangbaar zijn binnen de ouderenzorg, zullen in de toekomst senioren met een lage ondersteuningsnood ook een lager budget krijgen. Zo komen meer middelen beschikbaar voor de ouderen met zwaardere ondersteuningsnoden.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is